Lawaaibeheersing


Een omgeving die vrij is van lawaai en trillingen is essentieel voor het comfort en de tevre¬den¬heid van onze gasten, vandaar dat RIU projecten uitrolt die gericht zijn op het minimaliseren van dit soort overlast.

Vaak worden de termen lawaai en geluid door elkaar gebruikt, en daardoor is het verschil ertussen tamelijk subjectief geworden.

Daarom definiëren we geluid als 'elk drukverschil welke het menselijk oor kan registreren'  en de eenvoudige definitie van 'lawaai' is dan 'elk ongewenst geluid'.

Een voorbeeld van de projecten die gericht zijn op geluidsreductie is ontwikkeld in Puerto Plata (Dominicaanse Rep.). Daar is men overgegaan tot de vervanging van de generatoren voor de energievoorziening.

Vervolgens heeft men nauwgezet en bondig de maatregelen beschreven die gericht zijn op de minimalisering van geluidsoverlast.


1. Het vervangen van de bestaande generatoren
De bestaande generatoren werden vervangen door de technisch meest geavanceerde generatoren op de markt. Dat wil zeggen met het hoogste rendement en vermogen en met de nieuwste techniek.
Vervangen van de bestaande machinerie door andere die minder geluid produceert, is de meest eenvoudige manier om geluid in een bepaalde zone te reduceren.

2. De keuze van de locatie
De nieuwe generatoren worden zo ver mogelijk van de gastenverblijven geplaatst teneinde mogelijke geluidsoverlast zo veel mogelijk te minimaliseren.

3. Isoleren van de geluidsbron
Om het geluid van de generatoren zo veel mogelijk te isoleren werden ze geplaatst in een afgesloten ruimte die ontworpen is om het geluid binnen te houden. Geheel afsluiten is echter niet mogelijk vanwege de eisen ten aanzien van ventilatie, de bediening etc. Het aantal noodzakelijke openingen werd echter tot een minimum beperkt.


4. Gebruik van isolatiemateriaal
In dit project werden geluidsisolerende materialen gebruikt (van poreus materiaal) tegen de wanden en het plafond van de installatieruimte. Het is belangrijk te weten dat de geluidsisolerende effecten van deze maatregelen zich pas manifesteren vanaf een bepaalde afstand tot de geluidsbron. Vandaar dat de gekozen locatie zo ver mogelijk van de gastenverblijven is gesitueerd.

5. Het construeren van een geluiddichte werkomgeving voor de onderhoudsmedewerkers
In de installatieruimte zelf is een geluidsdichte werkomgeving voor de medewerkers gecreëerd, zodat ook zij hun werkdag zonder te veel geluidsoverlast kunnen doorbrengen.
Daarnaast wordt er individuele gehoorbescherming gebruikt voor het werken buiten deze geluiddichte ruimte.

6. Gebruik van geluidsbarrières buiten de installatieruimte
Het doel van geluidsbarrières in de omgeving van de geluidsbron is het beperken van het gebied van de geluidsoverlast. Het is hierbij belangrijk te bedenken dat de relatieve hoogte en afstand ten opzichte van de geluidsbron bepalend is voor het  effect van de barrière.

7. Gebruik van resonantie beperkende technieken
Bij de constructie van de installatieruimte werd er sterk op gelet dat het doorgeven van trillingen via de constructie zo veel mogelijk wordt voorkomen. Deze zouden doorgegeven kunnen worden naar de gastenverblijven.

Het gebruik van toegesneden technieken om trillingen te isoleren is waar mogelijk toegepast. Bijvoorbeeld in de plaatsing van de generatoren, die rusten op een dempende constructie. Maar ook in de constructie van de onderliggende funderingen is rekening gehouden met trillingsdemping. Ook werden trillingsdempers toegepast in kritische onderdelen van de constructie zoals de schoorstenen, de looproosters etc.

In deze fase werd gebruik gemaakt van geluidsexperts van de aannemer van de Groep.

8. Het opstellen van een onderhoudsprogramma
In het algemeen is het geluidsniveau van een machine die in bedrijf is afhankelijk van de staat van onderhoud ervan. Om geluidsoverlast te beperken is het onderhoud gebaseerd op preventief onderhoud, waarin gedetailleerd is weergegeven welke onderdelen van de machines extra aandacht vereisen.

Als basis zijn geluidsmetingen uitgevoerd die als referentie worden gebruikt in het onderhoudsprogramma. Deze meting was de ideaalsituatie. Tijdens het gebruik mag een machine niet meer dan 2 dB(A) hiervan afwijken.

Uiteraard is het zo, zoals met elke machine, dat de technische levensduur van de installatie langer is dan het moment waarop ze vervangen moeten worden.

Hoofdpunten

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8